De Zuiderzeesteden

‘Die verrekte Zuiderzeesteden ook weer!’ verzuchtten de aanwezige vertegenwoordigers van de Hanzesteden tijdens een vergadering in 1518. Nou ja, strikt genomen werden deze steden in het vergaderverslag beschreven als ‘de alle tyd wedderwartigen Suederseeschen steedere’. Maar de boodschap blijft hetzelfde: de Zuiderzeesteden zaten, niet voor het eerst, niet op één lijn met de andere Hanzesteden. En je raadt het al, die Zuiderzeesteden liggen in het gebied dat centraal staat in mijn proefschrift. Welke steden zijn dit dan precies?

Uitsnede van het gebied direct rondom de Zuiderzee in de Atlas Maior van Blaeu (1664-1665).

Zuiderzeesteden aan… de Rijn?!

Het ligt voor de hand om aan te nemen dat die zogenoemde Zuiderzeesteden grensden aan de Zuiderzee. Je denkt dan al snel aan steden als Harderwijk, Elburg en Kampen – en inderdaad, dit waren steden die vaak bedoeld werden. En bijvoorbeeld ook Amsterdam, via het IJ verbonden met de Zuiderzee, werd in de veertiende eeuw binnen de context van de Hanze als Zuiderzeestad genoemd. Daarnaast zien we echter ook dat steden als Zutphen, Nijmegen en Wesel bedoeld konden worden: en die lagen helemaal niet direct aan de Zuiderzee!

Vanuit het perspectief van het gehele gebied waarin Hanzesteden lagen, is het toch niet zo gek dat deze steden ook onder de noemer ‘Zuiderzeesteden’ werden geschaard. Uit mijn onderzoek blijkt tot nu toe dat er vanaf de vijftiende eeuw binnen de context van de Hanze steden bedoeld werden die in het gebied lagen dat binnen de Hanze bekend stond als de regio van Keulen. Meestal – maar niet altijd! – werden in de vijftiende en zestiende eeuw met de Zuiderzeesteden steden in Gelre, Overijssel en Kleef bedoeld. Op de schaal van het gehéle gebied met Hanzesteden vormde de Zuiderzee binnen die regio een duidelijk, groot landschappelijk kenmerk.

In groen het gebied met steden die op enig moment in de 14e-16e eeuw als ‘Zuiderzeesteden’ genoemd werden. In grijs het gebied waarin overige Hanzesteden lagen. Overigens werden niet álle steden in deze gebieden wel eens een Hanzestad of Zuiderzeestad genoemd.

Het gebruik van de term door historici en middeleeuwers

Veel historici gebruiken het begrip alleen voor steden die binnen de huidige Nederlandse grenzen liggen. Bovendien gaat een aantal van hen er in navolging van Job Weststrate’s onderzoek naar het begrip tot het begin van de vijftiende eeuw vanuit dat het begrip na circa 1400 uitsluitend gebruikt werd voor steden in Gelre, Overijssel en Friesland. Door een heleboel voorbeelden te verzamelen, kan ik in mijn onderzoek laten zien dat dit niet het hele verhaal is. Zo werd bijvoorbeeld ook Wesel, gelegen in het hertogdom Kleef, vaak bedoeld wanneer het over de Zuiderzeesteden ging.

Per situatie kon het verschillen wie er precies bedoeld werden wanneer het over de Zuiderzeesteden ging. Helaas werden de Zuiderzeesteden in veel van die gevallen niet met naam en toenaam beschreven en blijft het dus een beetje vaag wie er precies bedoeld werden. Waarschijnlijk deed het er ook niet altijd toe om welke steden het precíes ging, maar was het een grove aanduiding voor steden in het westen. Het gaat dus echt om een verzamelbegrip, waarbij meerdere steden onder één noemer werden samengevat.

Door dit soort situaties én omdat het om een grove aanduiding gaat, vroegen historici zich af of het begrip alleen gebruikt werd door partijen die vrij ver van de Zuiderzeesteden afstonden. Bijvoorbeeld de Deense koning, of mensen uit ver weg gelegen Hanzesteden zoals Danzig (Gdańsk). Uit de bronnen die ik bij elkaar heb gelegd blijkt dat dit wel vaak het geval is, maar lang niet altijd. Zo staat er in de rekening van uitgaven van het Deventer stadsbestuur uit 1484 dat Willem van Zweten en Gercelys Aller op een maandag in juli naar Apeldoorn reden, waar ‘die Hensestede van den Zuderzee’ samen waren gekomen voor overleg. Deze rekening was alleen bedoeld voor intern gebruik. De term werd dus niet alleen gebruikt door mensen die ver van de Zuiderzeesteden afstonden of in situaties waarin dergelijke partijen betrokken waren.  

Notoire dwarsliggers?

Waren die steden in het westen dan altijd van die notoire dwarsliggers binnen de Hanze? Dat hing er waarschijnlijk vanaf aan wie het je het zou vragen. In 1518 werden ze wel zo omschreven in het vergaderverslag (reces) van de vergadering in Lübeck. Dat verslag is echter opgesteld vanuit het perspectief van de mensen die aanwezig waren op die vergadering. Die ergerden zich eraan dat ‘de Zuiderzeesteden’ niet naar de vergadering van de Hanzesteden in Lübeck waren gekomen, maar per brief gemeld hadden hoe ze dachten over de punten die op de agenda voor de vergadering stonden. Die brief was opgesteld naar aanleiding van een kleinere vergadering in Emmerik waarvoor alleen steden uit de regio Keulen uitgenodigd waren. De Hanzesteden die niet uit deze regio kwamen, waren hier niet over te spreken. Spottend werd er gesproken over een nieuwe Hanze.

In hun afmeldingen voor de vergadering te Lübeck benadrukten de betreffende steden dat ze niet aanwezig konden zijn vanwege de onveiligheid op de wegen als gevolg van heersende conflicten. Bovendien ontbrak het hen aan de benodigde geleidebrieven. Uit de interne communicatie tussen deze steden wordt echter duidelijk dat de vergadering in Emmerik belegd was om de agenda voor de vergadering te Lübeck te bespreken omdat men al overwoog om die niet te bezoeken. De eerstgenoemde reden die naar voren komt om niet te gaan is dat men er geen vertrouwen in had dat de vergadering in Lübeck voor hen voldoende zou opleveren. En dat terwijl de kosten voor en gevaren van de reis naar Lübeck hoog waren. In het recente verleden hadden deze steden hulp verwacht van de andere Hanzesteden, en die was uitgebleven. – Wie lagen er nou dwars?

Dit soort onenigheid is een typisch voorbeeld van de uiteenlopende belangen binnen de Hanze. Binnen zo’n groot gebied konden niet altijd alle neuzen dezelfde kant op staan. Steden die dicht bij elkaar lagen hadden binnen dat enorme gebied met Hanzesteden op grote lijnen vaak dezelfde belangen. Tussen die regio’s botste het dan wel eens over de koers die de Hanze als geheel moest gaan varen.

Volgens het reces van de vergadering te Lübeck werd de brief van de vergadering te Emmerik verstuurd namens de steden Soest, Hamm, Münster, Nijmegen, Arnhem, Zutphen, Deventer, Kampen, Zwolle, Groningen, Harderwijk, Venlo, Duisburg en Wesel.

Bronnen en literatuur

Hieronder staat een hele beknopte selectie van bronnen en literatuur die gebruikt zijn voor deze blogpost. Een uitgebreider overzicht voor dit thema verschijnt bij de publicatie van mijn onderzoek.

Hanno Brand, ‘De Zuiderzeesteden tussen Habsburg en de Hanze in de eerste helft van de zestiende eeuw. Een aanzet tot een positiebepaling’, in: Mario Damen, Louis Sicking (red.), Bourgondië voorbij. De Nederlanden 1250-1650 (2010) 279-293.

Volker Henn, ‘ “… de alle tyd wedderwartigen suederseeschen stedere“. Zur Integration des niederrheinisch-ostniederländischen Raumes in die Hanse’, Hansische Geschichtsblätter 112 (1994) 35-56. Henn definieert de Zuiderzeesteden als de Nederrijnse en Oost-Nederlandse steden.

Job Weststrate, ‘Abgrenzung durch Aufnahme. Zur Eingliederung der Süderseeischen Städte in die Hanse, ca. 1360-1450’, Hansische Geschichtsblätter 121 (2003) 15-40.

Hetty Krol, Rinus Prinsen, Transcripties van 175 jaar Cameraarsrekeningen van Deventer 1449-1624 (2021), p. 194: inv. nr. 27i, fol. 5v. De meest recente versie van deze transcripties is te downloaden als pdf op de pagina Over het project.

Hanserecesse 3.7 nr. 80, 87, 89, 97, 100, 108.

Regionaal Archief Zutphen, 0001 Oud Archief Zutphen, inv. nr. 1817.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *