Herbergen

In één van mijn eerste blogs, die over stadsrekeningen, vroeg ik me af waar de Roermondse herberg In die kerck gelegen zou hebben. Afgelopen maand ontving ik een e-mail uit Roermond van Gerard van de Garde: hij wist die herberg te liggen!

Het gaat om het huis dat in 1556 als die Kyrch aan de Steenweg genoemd wordt in het archief Hoofdgerecht Roermond. In 1586 en 1591 wordt het gebouw in hetzelfde archief genoemd als herberg die Kirckthor(e)n. Bij een grote stadsbrand in 1665 brandde het af.

Herbergen vind ik spannende plekken, en niet zozeer omdat wel duidelijk is dat de drank er rijkelijk kon vloeien. In de vijftiende en zestiende eeuw waren het belangrijke ontmoetingsplekken.

De Steenweg heb ik rood gemarkeerd op deze 16e eeuwse kaart van Roermond gemaakt door Jacob van Deventer.

Ontmoetingsplekken

Regelmatig was een herberg de plek waar stadsbestuurders van verschillende steden met elkaar overlegden. Zo was herberg In die Kerck in 1559 het trefpunt van een overleg tussen stadsbestuurders van Roermond en Venlo in voorbereiding op een Hanzevergadering.

In de voorbereiding op een vergadering spraken gezanten van verschillende steden vaak af om vanaf een bepaald punt samen verder te reizen. Een herberg op de route was dan een duidelijke plek om af te spreken. In 1518 stelde het stadsbestuur van Keulen bijvoorbeeld aan het stadsbestuur van Deventer voor om vanaf Deventer samen te reizen naar de algemene Hanzedag in Lübeck. In 1565 liet het stadsbestuur van Arnhem aan dat van Nijmegen weten dat de afvaardiging richting Leuven en Brussel op 22 februari zou vertrekken vanuit in ’t Roode Hert te Den Bosch. Samen reizen had meerdere voordelen: je kon alvast wat zaken afstemmen, en een grotere groep liep minder risico op problemen onderweg. Ook kon het gunstig zijn als een groep met dezelfde belangen gelijktijdig op de plaats van bestemming arriveerde.

Er waren duurdere en goedkopere herbergen, maar herbergen konden ook echte trefpunten zijn voor mensen uit verschillende lagen uit de samenleving. Naast de al genoemde stadsbestuurders kun je ook denken aan kooplieden, boden, speellieden, pelgrims, en soldaten. Boden die voor hun stadsbestuur onderweg waren met een brief of andere boodschap konden juist in herbergen informatie inwinnen die van belang kon zijn voor hun reis of voor hun stadsbestuur in het algemeen. Omdat ze vaak onderweg waren, waren boden voor andere reizigers ook de uitgewezen mensen om de weg aan te vragen.

Zo lieten Willem Mulart en Willem Sloet, ridders van de Duitse Orde, zich tijdens hun in 1594 door een bode de weg wijzen richting Rees, en deelden ze in die Gulden Schilt te Wesel een maaltijd met een Kleefse bode. Met deze Kleefse bode reisden ze de volgende dag samen verder richting Dinslaken. Het hoeft hier overigens niet persé om een bode in dienst van de stad Kleef te gaan.

Volgens J.W. van Petersen een typische dorpsherberg o.a. vanwege het uithangbord en de voederbak (ca. 1800, anoniem), in: Reizen is tol betalen, p. 123.

In Brugge hadden de herbergiers een bijzondere relatie met de Hanzekooplieden. Hanzekooplieden verbleven tijdens hun verblijf in Brugge vaak bij dezelfde herbergier als tijdens voorgaande reizen. Deze herbergiers waren niet alleen hun gastheer voor verblijf, maar waren vaak ook betrokken bij de opslag van hun goederen, traden op als getuige, stonden borg, en konden als zaakwaarnemer optreden als de betreffende koopman de stad uit was.

Knooppunten in het wegennet

In iedere stad was natuurlijk een herberg te vinden (vaak meer dan één), maar ook langs zogenoemde doorgaande wegen kwam je herbergen tegen. Doorgaande wegen zijn wegen die belangrijk waren voor lange-afstandsverkeer, en waar dus veel reizigers langskwamen die op enig moment een plek voor de nacht zochten.

Vaak lag net buiten de stadspoort een herberg waar je terecht kon als de stadspoorten al dicht waren, of als je voor opening van de poorten wilde vertrekken. In Zutphen lag bijvoorbeeld net buiten de stadspoort herberg Het Houten Wambuis (in ieder geval in de 18e eeuw) aan de weg naar Emmerik. Van Petersen noemt in zijn omvangrijke boek Reizen is tol betalen een hele rits herbergen die je op die weg passeerde.

Juist ook in ‘The middle of nowhere’ kon je herbergen vinden. Bijvoorbeeld Het Soerel, midden op de Veluwe. Deze herberg lag op het kruispunt van twee routes: de weg tussen Zwolle en Amersfoort enerzijds, en de weg tussen Arnhem en Elburg anderzijds. Waarschijnlijk bestond deze herberg al sinds het begin van de vijftiende eeuw. Naast herbergier was de eigenaar ook boer, een combinatie die je vaker ziet bij herbergen ver van de bewoonde wereld.

De voormalige locatie van Het Soerel in het moderne wegennet (OpenStreetMap). Kaart (nog in bewerking): Viabundus.
Herberg De Woeste Hoeve aan de weg tussen Beekbergen en Arnhem over de Veluwe, kaart van Christiaan Sgrooten uit 1570.

Op dit moment wordt in het project Viabundus door meerdere onderzoekers in Europa samen gewerkt aan een kaart van doorgaande wegen tussen ca. 1350-1650 in Europa. Juist dit soort herbergen buiten grotere plaatsen probeert het project zoveel mogelijk op te nemen, omdat ze functioneerden als knooppunten in dat lange-afstandsverkeer. Naast herbergen zijn er natuurlijk ook andere plekken waar reizigers konden overnachten, bijvoorbeeld in kloosters of gasthuizen, of bij iemand thuis.

Om alle bovengenoemde redenen zijn herbergen de moeite waard om in het oog te houden. Ze zijn méér dan zomaar een plek om een glas te drinken en de nacht door te brengen. Het zijn echte knooppunten in de relaties tussen mensen. Ook in de communicatie tussen Hanzekooplieden en bestuurders van Hanzesteden.

Herberg ’t Nest (links) en herberg de Engel (rechts) aan de Arnhemse weg en bij de IJssel bij Rheden, (ca. 1690, anoniem), in: Reizen is tol betalen, p. 263.

Literatuur en bronnen

Bronnen voor herberg In die Kerck, mede dankzij Gerard van de Garde:

Gemeentearchief Venlo, 33 Stadsrekeningen Venlo 1349-1796, inv. nr. 201, fol. 13 recto.

Gemeentearchief Roermond, 1002 Hoofdgerecht van Roermond, inv. nr. 311, fol. 8, 88, 386, 434, 438.

Zie voor de herbergiers in Brugge en hun relatie tot Hanzekooplieden in de eerste plaats:

Anke Greve, Hansische Kaufleute, Hosteliers und Herbergen in Brügge des 14. und 15. Jahrhunderts (2011).

Overige literatuur en bronnen:

J. Neefjes, H. Bleumink, Erfgoedatlas Gemeente Nunspeet. Veluws landschap, historie en bewoners (2015) p. 158, 218-219.

J.W. van Petersen, Reizen is tol betalen. De verkeersontwikkeling in en om het gebied van Rijn en IJssel tot de Bataafse omwenteling van 1795 (2002) i.h.b. p. 28-29, 121-125, 207, 263.

Anneke Pul-Tasseron, ‘De herberg Oud Soerel’, Mothoek 17-2 (2001) p. 57.

Regionaal Archief Nijmegen, 1 Stadsbestuur Nijmegen, inv. nr. 2590, fol. 26 recto.

J.A.B.M. de Jong, Het oud-archief der Gemeente Nijmegen. Deel 3 Brievenlijst (1960) nr. 783.

Hanserecesse 3-7, nr. 77.

3 antwoorden op “Herbergen”

  1. Hoi Maartje, wat ontzettend leuk om te lezen! En weer een nieuw vertrekpunt voor onderzoek. Ik ben erg nieuwsgierig geworden naar meer herbergen in onze streek (oosten van Nederland, westen van Duitsland)Het boek over tol betalen ga ik zeker lezen! Hartelijke groet, Ineke Pothoven.

    1. Hoi Ineke,
      Wat leuk om te horen! Het boek van Petersen bevat een schat aan informatie over onze regio: veel leesplezier!
      Hartelijke groet,
      Maartje

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *