Training in Brussel

Afgelopen maandag en dinsdag (17-18 december) was ik in Brussel voor een training van het Posthumus Instituut. Ik maakte kennis met mede-promovendi die tussen januari en oktober 2018 zijn gestart met hun promotieproject, en stelde mijn project voor.

Presentatie (maandag)

Het Posthumus Instituut is een zogenoemde onderzoeksschool waar onderzoekers van Vlaamse en Nederlandse onderzoeksinstellingen (vooral universiteiten) die zich bezighouden met sociale, economische en demografische geschiedenis elkaar ontmoeten en samenwerken. Via een nieuwsbrief blijven leden op de hoogte van onderzoeken die in dit vakgebied plaatsvinden, en delen ze kennis via bijvoorbeeld workshops en lezingen.

Een promotieproject vraagt om een goede planning en een slimme aanpak van het onderzoek. Zelfs in vier jaar kun je helaas niet al je vragen over de Gelderse en Overijsselse Hanzesteden beantwoorden. Precies om die reden biedt het Posthumus Instituut een trainingsprogramma aan voor promovendi. De eerste bijeenkomst was op de campus van de Vrije Universiteit Brussel, op de benedenverdieping van de U-Residence.

Iedereen stuurde van tevoren een beschrijving van zijn of haar onderzoek op, en tijdens de training kreeg je tien minuten om dat te presenteren. Vervolgens was er ongeveer een half uur voor vragen en discussie. Dat lijkt veel, maar de tijd vliegt als je ideeën uitwisselt en discussieert over de juiste manier om iets aan te pakken.

Onze onderwerpen bestrijken een periode vanaf 1350 (een studie naar adel, boeren en boerderijplaatsen in Friese kleigebieden) tot drie studies die starten na de Tweede Wereldoorlog (bijv. naar de invloed van familiebedrijven in Nederland). We blijven niet alleen in Nederland en België (soorten glas in ramen in Vlaanderen in de 15e-19e eeuw), maar reizen door heel Europa (koopgedrag op de tweedehands markt in o.a. Londen, Parijs en Brussel), naar de Verenigde Staten (beeldvorming over de ‘War on Poverty’), Azië (Nederlandse invloeden op afbeeldingen aan het Mongoolse hof), en zelfs een studie die de situatie in meerdere steden wereldwijd met elkaar vergelijkt (naar de regulering van bewegingsvrijheid in voormalige Nederlandse koloniën).

Sommige projecten sluiten qua thema op elkaar aan, zo hebben we vier mensen die een onderwerp hebben dat te maken heeft met koloniale geschiedenis, en is er nog iemand die net als ik Hanzesteden als uitgangspunt neemt (om te bestuderen hoe stadsbesturen in hun besluitvorming rekening hielden met informatie die ze niet ontvingen). Dwars door de onderwerpen heen gebruiken mensen dezelfde methoden en technieken om antwoorden te vinden om hun onderzoeksvragen, zoals vormen van statistiek en GIS (Geografische Informatie Systemen).

Ook na de training zijn de eerste literatuurtips over en weer al uitgewisseld. Een waardevolle reis dus!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *