Transcriberen: puzzelen voor geschiedenisliefhebbers

Er zijn van die woorden die je zonder nadenken uitspreekt als je ze vaak gebruikt, maar waar anderen nog nooit van gehoord hebben. Transcriberen bijvoorbeeld. Terwijl het één van de leukste dingen is om te doen als je van puzzelen en geschiedenis houdt. In dit blog een introductie voor de beginnend transcribent, en voor iedereen die meer wil weten omdat er iemand in zijn of haar omgeving is die eraan verslaafd is.

Onleesbare kriebeltjes?

De tekst hierboven komt uit één van de stadsrekeningen van Deventer. Die van 1464, om precies te zijn. Voor de meeste mensen leest dit niet zo gemakkelijk weg. Dat komt niet alleen omdat iemand anders het geschreven heeft, en omdat het taalgebruik en de spelling anders zijn dan tegenwoordig. Het komt ook omdat de letters anders zijn dan wij gewend zijn, en omdat er veel afkortingen in staan. Het helpt als je dit overschrijft of typt in een letter die je wel gewend bent: transcriberen. Daarbij verander je inhoudelijk niets aan de tekst. Het stukje tekst hierboven kan er dan als volgt uit komen te zien:

Item op Sente Vyts dach Bruyn ende Have tot Apeldoern geweest tegen die hensestede
om der dachvaert willen to Hamborch voer wagenhuer ende teringe     iiij [4] libra xj [11] krumsterte

Of, in moderne woorden:

Item op Sint Vyts dag Bruyn en Have naar Apeldoorn geweest naar de Hanzesteden
vanwege de dagvaart te Hamburg. Voor wagenhuur en verteringen 4 libra, 11 kromstaart

In Apeldoorn vond dus overleg plaats op 15 juni 1464 (Sint Vyts dag) tussen afgevaardigden van Hanzesteden in voorbereiding op de algemene vergadering van de Hanze die in Hamburg zou plaatsvinden. Bruyn en Have, die afreisden voor het stadsbestuur van Deventer, kregen voor het huren van een wagen en voor eten en drinken 4 libra en 11 kromstaart betaald uit de stadskas.

Transcriptieregels

Het eerste woord is direct een afkorting. Het woordje ‘Item’ wordt in rekeningen (maar ook in andere typen teksten) veel gebruikt. Het is een soort opsommingsteken, dat in een rekening aangeeft dat er een nieuwe post begint. Het betekent ‘eveneens, ‘verder’. Alleen de ‘i’ en de ‘t’ zijn in het eerste woord opgeschreven. De rest van het woord (‘em’) is afgekort met een soort p’tje. In deze transcriptie zijn de afgekorte delen uitgeschreven en gecursiveerd (Item), zodat je nog steeds ziet dat het in de bron een afkorting was. De transcribent had er ook voor kunnen kiezen om ‘It.’ op te schrijven, of ‘Item’ zonder het te cursiveren. Hoe je de transcriptie precies maakt, dus welke regels je daarbij hanteert, bepaal je van tevoren.

Eén van die keuzes is dus hoe je een afkorting weergeeft. Een ander bekend voorbeeld van discussie zijn de ‘u’ en de ‘v’. Wij maken daarin tegenwoordig strikt onderscheid, maar in het verleden zag die letter er nog wel eens hetzelfde uit, of werden ze door elkaar gebruikt. Noteer je dan precies wat er staat? Of noteer je wat het meest logisch leest? Noteer je dus ‘ouer’ of ‘over’? De meeste mensen zullen meer moeite hebben om het eerste woord te herkennen, en dus de voorkeur geven aan ‘over’. En soms zijn ze in de middeleeuwen zo inconsequent dat je gewoon niet meer weet of je een ‘u’ of een ‘v’ moet noteren als je het onderscheid tóch probeert te maken.

Voor mijn project heeft deze keuze geen invloed op de resultaten van het onderzoek, en ik geef in mijn eigen transcripties dan ook vaak de voorkeur aan ‘over’, maar iemand die onderzoek doet naar taalontwikkeling is heel blij met een zo getrouw mogelijke transcriptie. Welke keuzes je maakt, hangt dus af van je doel met de transcriptie.

Lokale verschillen

De spelling varieert niet alleen binnen een tekst, maar ook tussen verschillende bij elkaar gelegen plaatsen zijn verschillende woorden en spellingswijzen gebruikelijk. Denk maar aan de verschillen in dialecten die nu nog bestaan. Vaste spelling kwam pas vanaf de 19e eeuw echt tot stand.

Anderzijds was het taalgebied waarover mensen elkaar begrepen veel groter dan nu. De bestuurders en kooplieden uit Hanzesteden van Harderwijk tot Danzig (de huidige stad Gdańsk in Polen) schreven elkaar in hun eigen taal aan. Onderstaand kaartje geeft dat goed weer.

Het ‘Middelnederduits’ was de schrijftaal in de meeste Hanzesteden, in: Koggen, Kooplieden, Kantoren, p. 163.

Niet alleen letters, spelling en woorden verschilden van plek tot plek, maar dat gold ook voor de gehanteerde munten, maten en gewichten. Als je vandaag een kilo graan koopt in Deventer dan weet je zeker dat je evenveel krijgt als de kilo graan die je in Groningen gekocht hebt (tenzij de verkoper sjoemelt…). Kocht je in de late middeleeuwen een mud graan in Groningen, dan kwam je met minder thuis dan wanneer je in Deventer een mud graan gekocht had!

Ook in de tijd zelf konden ze zich groen en geel ergeren aan dit soort verschillen. Er waren dan ook meerdere initiatieven waarbij steden op regionaal niveau probeerden samen te werken en binnen een groep steden bijvoorbeeld dezelfde inhoudsmaat wilden hanteren voor tonnen.

De rentmeester van Venlo begint zijn rekening van 1469 met een opmerking over de gehanteerde rekenmunt: 1 rijnsgulden voor 52 klymmer; 1 klymmer voor 11 groot; 1 groot voor 4 duiten.

Waarom zou je al die moeite doen?

Ik vind transcriberen echt één van de leukste activiteiten van mijn onderzoek. Het lezen van een ongetranscribeerde tekst kost natuurlijk wat meer tijd dan een kant-en-klare transcriptie. Daarom is het ontzettend fijn dat er ook al aardig wat transcripties voorhanden zijn. Maar als je de tekst zelf voor je neus hebt liggen, krijg ik toch het gevoel een beetje dichter bij de beschreven gebeurtenissen te staan.

Ook gaat er een schatkist aan informatie open, die niet op een andere manier beschikbaar is. Als je het schrift uit bijvoorbeeld de vijftiende of negentiende eeuw kunt lezen, kun je documenten lezen die nog niet op een andere manier beschikbaar zijn. Vaak onmisbaar voor historisch onderzoek, en ook in een voorouderonderzoek kan het nieuwe deuren openen.

Bovendien is het van tijd tot tijd een echte puzzel – en ik hou wel van puzzelen. Als een woord niet direct te ontcijferen is, ga je speuren naar letters in de tekst die er hetzelfde uitzien, en kijk je of je in dat woord wél wist welke letter dat was. Een woord waar je nog nooit van gehoord hebt, is lastiger te ontrafelen. Vaak kun je een deel van het woord wel lezen. Het kan dan helpen om met het bekende deel in een woordenboek of -lijst met woorden of namen uit die tijd te gaan speuren. (Bijvoorbeeld in de geïntegreerde taalbank). Als je een woord vindt dat qua betekenis past, kun je het weer vergelijken met wat er in je tekst stond. Het is natuurlijk wel een kwestie van goed kijken of het er dan ook écht staat, of dat je het net iets te graag erin wilt lezen…

Zelf puzzelen

Enthousiast geworden? Op de pagina ‘Transcriptie Selfservice’ deel ik websites en boeken waarmee je zelf kunt leren transcriberen. Ook staan daar hulpdocumenten voor het transcriptiewerk voor de vrijwilligers in mijn project.  Zij zijn voor het Hanzeproject vooral bezig met transcripties van het boden en gezantenverkeer in stadsrekeningen. Dankzij hun hulp kan ik voor een groot aantal steden en jaren kijken hoe de contacten tussen Hanzesteden rond Rijn, Maas, Waal en IJssel zich ontwikkelden. Als ik al die bronnen in mijn eentje door zou moeten ploegen, zou dat niet mogelijk zijn.

Meehelpen in het Hanzeproject

Al wat meer ervaring en geïnteresseerd om mee te helpen in het Hanzeproject? Graag! Ik zou graag meer reizen van boden en gezanten uit bijvoorbeeld Arnhem, Venlo en Wesel meenemen in mijn onderzoek en daarbij zijn extra handen zeer welkom. Stuur een e-mail naar hanze@let.ru.nl voor meer informatie en overleg over de mogelijkheden.

Literatuur en bronnen

Hermann Niebaum, ‘Taal en communicatie in het Hanzegebied’, in: Hanno Brand, Egge Knol (red.), Koggen, Kooplieden en Kantoren. De Hanze, een praktisch netwerk (Hilversum 2010) 161-169.

Stadsrekening Deventer 1464: HCO Deventer, 0698 Cameraars, inv.nr. 23h. Dank aan Hetty Krol, Rinus Prinsen en Ineke Pothoven voor de transcripties van Deventer stadsrekeningen.

Stadsrekening Venlo 1469: Gemeentearchief Venlo, 33 Stadsrekeningen Venlo, inv. nr. 96.

Hanserecesse Abt. 2 Band 5, p. 425-426 voor de bijeenkomst van Hanzesteden uit Gelre, Oversticht en Kleef in Apeldoorn, en p. 457 en verder voor de Hanzedag in Hamburg in september-oktober 1465.

Een mud graan in Groningen: 91,2 liter; in Deventer: 115,7 liter, volgens de gegevens in de databank oude Nederlandse maten en gewichten van het Meertens Instituut.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *