Wat was de Hanze?

Het lijkt zo’n logische eerste vraag: ‘Wat was de Hanze?’ Maar simpele vragen kunnen soms ingewikkelde antwoorden hebben; daar is dit een perfect voorbeeld van. Je kunt het zelfs als dé grote vraag uit de Hanzegeschiedenis beschouwen. Hoog tijd om er in deze wat langere blog aandacht aan te besteden.

Barba-Hanze verandert gemakkelijk van vorm…

Een eeuwenoude discussie

Al in de vijftiende eeuw probeerde de Engelse koning een duidelijk antwoord te krijgen op de vraag wat de Hanze was en wie er precies toe behoorden. Voor de koning was dat belangrijk, bijvoorbeeld omdat Hanzekooplieden privileges hadden die ervoor konden zorgen dat hij inkomsten misliep. Wanneer hij precies wist wie er recht hadden op die privileges, wist hij ook wie er géén recht op hadden.

Bovendien wilde de koning weten wie er verantwoordelijk gehouden konden worden voor daden van Hanzekooplieden en andere burgers uit Hanzesteden. Het was in de vijftiende eeuw (niet alleen in Engeland) gebruikelijk dat je als burger uit een stad verantwoordelijk gehouden kon worden voor misdragingen van een andere burger uit jouw stad. Als je de Hanze als één groep ziet, kun je betogen dat een conflict met één van de Hanzesteden ook verhaald kan worden op andere Hanzesteden. Van dat idee waren de Hanzekooplieden en hun stadsbesturen niet gecharmeerd. Ze slaagden erin de Hanze zó ontwijkend en tegenstrijdig te beschrijven, dat we tegenwoordig nog steeds regelmatig discussiëren over de juiste termen om de Hanze mee aan te duiden.

Een verbond?

In het verleden is de Hanze vaak als ‘verbond’ omschreven, en op veel websites zie je dat nog steeds terug. Toch zijn historici die zich veel met de Hanze bezighouden het er inmiddels over eens dat het karakter van de Hanze zich niet goed als een verbond laat beschrijven. Typische kenmerken van een verbond ontbreken bij de Hanze, zoals een stichtingsakte met deelnemers die beschreven staan en het verdrag gezegeld hebben. De Hanze heeft waarschijnlijk niet één oprichtingsmoment gekend, maar is meer geleidelijk ontstaan als samenwerkingsverband. In eerste instantie als groepen kooplieden die ‘hanzen’ genoemd werden. Uit het onderlinge overleg tussen hun stadsbesturen is uiteindelijk een samenwerkingsverband ontstaan dat bekend is komen te staan als de Duitse Hanze. (Over die vergaderingen (‘Hanzedagen’) en hun ontstaansgeschiedenis schreef ik deze blog)

Verbondsbrief uit 1418 tussen steden en ridders van het Kwartier van Nijmegen: een dergelijk document ontbreekt voor het ontstaan van de Hanze. Bron: Regionaal Archief Nijmegen, Stadsbestuur Nijmegen, inv. nr. 3974.

Samenwerken betekent niet dat je het altijd met elkaar eens bent. Ook binnen de Hanze waren er uiteenlopende belangen. Vaak lagen de belangen van steden en hun kooplieden uit dezelfde regio dichter bij elkaar dan verder van elkaar afgelegen steden. Alle deelnemende steden waren in principe autonome eenheden, ookal kon de ene stad meer invloed hebben dan de andere. Maar één stad of een groepje steden kon dus geen dwingende besluiten nemen voor een andere stad/stedengroep. Wel konden ze elkaar natuurlijk onder druk zetten. Het resultaat is een fascinerend en ingewikkeld diplomatiek spel.

Binnen de Hanze was ruimte voor flexibele deelname. Als stad kon je ervoor kiezen je enige tijd meer afzijdig te houden van de Hanze als geheel wanneer de koers van andere Hanzesteden teveel in strijd was met jouw belangen. Dit kon bijvoorbeeld door als stad niet vertegenwoordigd te zijn op een vergadering. Dit maakte het makkelijker om daar genomen besluiten te negeren: het betreffende stadsbestuur was immers niet akkoord gegaan. Ook wanneer er wél iemand van het stadsbestuur afgevaardigd was geweest moesten besluiten van de Hanzedag overigens nogmaals goedgekeurd worden in de thuisstad. Je afzijdig houden van genomen besluiten betekende niet dat de kooplieden uit deze stad geen gebruik meer konden maken van Hanzeprivileges, of dat de stad zich na vele jaren niet weer als Hanzestad kon profileren. Langdurige afwezigheid op vergaderingen of het niet gebruiken van privileges konden wel een bron van discussie vormen over de vraag of de betreffende stad wel als Hanzestad gezien kon worden.

Vanwege de ruime mogelijkheden voor flexibele deelname wordt de Hanze tegenwoordig vaak als een netwerk beschreven. Het netwerk, de Hanze, werd pas zichtbaar wanneer er een beroep op gedaan werd. Tot die tijd bevond in ieder geval het grootste deel van het netwerk zich in slapende toestand. Bovendien hoefde het netwerk niet persé iedere keer als geheel geactiveerd te worden, waardoor je in een situatie vaak maar een stukje van het gehele netwerk te zien krijgt. Ook kon je je dus tot op zekere hoogte afzijdig houden van activiteiten van het netwerk.

Historicus Ahasver von Brandt vergeleek de Hanze in 1963 met een weekdier: het had een sterk lichaam dat van vorm kon veranderen. De Engelsen beschuldigden de Hanze er in de vijftiende eeuw van zich te gedragen als een krokodil in het water: alleen een deel van de kop werd getoond, terwijl het grootste gedeelte van het lichaam onder water bleef.

Gebied met Hanzesteden

Hoewel de betrokkenheid van de steden en hun kooplieden dus varieerde, kunnen we wel grofweg een gebied aanwijzen waar die steden lagen. Dat strekte zich uit van de Noordzee in het westen, het Peipusmeer op de huidige grens tussen Estland en Rusland in het oosten, De Oostzee en Finse Golf in het noorden, en de lijn Dinant-Krakau in het zuiden.

Het gebied waar de Hanzekooplieden handel dreven reikte verder. Bekende handelsknooppunten waar de Hanzekooplieden speciale privileges hadden zijn Bergen in Noorwegen, Londen in Engeland, Brugge in Vlaanderen en Novgorod in Rusland. Dit zijn de vier steden met de grootste zogenoemde kontoren van de Hanze: handelsnederzettingen waar de Hanzekooplieden vertegenwoordigd werden door een zelfgekozen bestuur. Deze vier waren dus zelf geen Hanzesteden: de burgers uit deze steden konden geen aanspraak maken op privileges van de Hanze.

Ook verder naar het zuiden toe vond je activiteiten van kooplieden uit Hanzesteden, waarbij zij als kooplieden van de Duitse Hanze werden beschreven. Bijvoorbeeld aan de westkust van Frankrijk, met als belangrijk knooppunt Bordeaux, en in Portugal, met o.a. Lissabon als knooppunt.

Het gebied met Hanzesteden: momentopname van steden die in een document uit 1554 genoemd worden. Bron: Wubs-Mrozewicz, ‘The Hanse in medieval and early modern Europe’, p. 28-29.

Karakterverandering

Tegelijkertijd zien we dat de tijd niet stilstaat: in de loop van de eeuwen veranderde het karakter van de Hanze. In verschillende publicaties is erop gewezen dat er pogingen waren om de Hanze in toenemende mate strakker te organiseren door regels rondom de organisatorische structuur van de Hanze op te stellen. Hierbij verdween de mogelijkheid voor flexibele deelname nooit helemaal, maar die nam wel wat af.

Rond 1400 wordt bijvoorbeeld sterker afgebakend wie er wél en wie er níet tot de Hanze behoorde. De golf aanvragen om als Hanzestad erkend te worden in deze periode, vooral vanuit het gebied rond de Rijn en IJssel, is hier een kenmerk van. In literatuur kom je dit tegen als het ‘lidmaatschap’ van de Hanze, of een ‘opname’ of ‘wederopname’ in de Hanze. Een ‘lidmaatschap’ in onze moderne zin van het woord was dat niet: het is niet zo dat bij de Hanze horen altijd kan worden afgebakend met een duidelijk opnamemoment en uittredingsmoment. Harderwijk werd bijvoorbeeld wel degelijk als Hanzestad gezien, maar heeft nooit zo’n officieel acceptatiemoment gehad.

Een ander voorbeeld van herstructuring van de organisatorische structuur van de Hanze is het besluit tijdens de algemene Hanzedag in 1518 om een onderscheid te maken tussen verschillende typen Hanzesteden. Stadsbestuurders uit zogenoemde kleine steden waren niet meer welkom op algemene vergaderingen van de Hanze; zij moesten zich laten vertegenwoordigen door een andere Hanzestad. Kooplieden uit de ‘kleine steden’ mochten nog wel gebruik maken van de privileges van de Hanze.

Stadsbestuurders uit Venlo moesten zich bijvoorbeeld laten vertegenwoordigen; vaak gebeurde dit door een stadsbestuurder vanuit Roermond. Deze indirecte vertegenwoordiging sloot aan bij een bestaande praktijk, maar het voornemen voor dit besluit zorgde wel voor heftige discussie tussen de Hanzesteden. Ook hier geldt dat er soms wel op deze afspraak teruggegrepen werd, en dat er soms ogenschijnlijk zonder discussie aan voorbij gegaan werd.

Zo ben ik vóór 1518 überhaupt geen directe vertegenwoordiger uit het stadsbestuur van Venlo op een algemene Hanzedag tegengekomen. Maar in 1557 verschijnt de Venlose burgemeester Johann van Greverade in Lübeck, samen met burgemeester Herman Kremer en secretaris mr. Hinrycus Kakes uit Roermond – en hij werd daar ook toegelaten. In ieder geval tot en met 1560 was dit de enige Venlose stadsbestuurder die een algemene Hanzedag bezocht.

Historici als Iwan Iwanov betogen dat de Hanze in de loop van de zestiende eeuw steeds meer karaktereigenschappen kreeg die wél kenmerkend zijn voor een stedenbond. Zo werd er in 1557 een verdrag opgesteld dat – in theorie – getekend moesten worden wilde men als Hanzestad erkend blijven. Onderdeel van de zestiende-eeuwse reorganisatie vormde bijvoorbeeld ook de instelling van een ambt voor een juridisch geschoolde algemene woordvoerder voor de Hanze, een ‘syndicus’. Tot 1591 was dit Heinrich Sudermann.

Heinrich Sudermann afgebeeld door Frans Hogenberg, 1576. (Rheinisches Bildarchiv Köln)

Meer dan Hanze alleen

Steden en hun kooplieden konden niet alleen een beroep doen op de Hanze, maar zich ook anders profileren. Dat komt mooi tot uitdrukking in onderstaande achttiende-eeuwse afbeelding van Deventer, waarin je ziet dat Deventer zich niet alleen kon profileren als een Hanze stad (‘Anse stad’), maar ook een netwerk van Rijkssteden kon aanspreken. Ook kon Deventer benadrukken een stad in het Oversticht/Overijssel te zijn. Dit kon bijvoorbeeld van pas komen wanneer er een conflict was tussen andere Hanzesteden en een bepaalde partij, en Deventer zich daarvan afzijdig wilde houden. Op dat moment helpt het als je een goede relatie met die partij kunt benadrukken vanuit een andere context.

Deventer, gravure door Caspar Jacobszoon Philips, gedrukt door Jan de Lange, 1750. (Collectie Museum de Waag)

Wat was de Hanze?

De belangrijkste conclusie is dat het niet mogelijk is om één eenduidige beschrijving van dé Hanze te geven voor al die eeuwen waarin het bestond. De vorm die de Hanze aannam is sterk afhankelijk van het jaar en de omstandigheden waarin je de Hanze tot uiting ziet komen. De ruimte voor flexibele deelname kon het lastig maken om genomen besluiten in de praktijk door te zetten, maar bood ook het voordeel om je als organisatie aan de heersende omstandigheden aan te passen. In mijn proefschrift staat centraal hoe dat netwerk van Hanzesteden functioneerde in het gebied rond Rijn, Maas, Waal en IJssel van de vijftiende tot begin zeventiende eeuw.

Verder lezen

Inleidingen op de Hanze die de recente stand van zaken in het onderzoek weergeven:

  • Hanno Brand, Egge Knol (red.), Koggen, Kooplieden en Kantoren. De Hanze, een praktisch netwerk (Hilversum/Groningen 2010). In relatie tot deze blog in het bijzonder:
    • Volker Henn, ‘Het ontstaan van de Hanze’, p. 10-25.
    • Hanno Brand, ‘De bestuurlijke slagkracht van de “Stedenhanze”’, p. 26-43.
    • Justyna Wubs-Mrozewicz, ‘De Kantoren van de Hanze: Bergen, Brugge, Londen en Nowgorod’, p. 90-107.
  • Justyna Wubs-Mrozewicz, ‘The Hanse in medieval and early modern Europe: an introduction’, in: Justyna Wubs-Mrozewicz, Stuart Jenks (red.), The Hanse in Medieval and Early Modern Europe (Leiden 2012) 1-35. Hier te downloaden.

Over de discussie m.b.t. officiële opnames in de Hanze rond 1500:

  • Volker Henn, ‘“… dat wy se wedder in de hense nemen wolden”. Zur „Wieder“aufnahme ostniederländischer Städte in die Hanse in der ersten Hälfte des 15. Jahrhunderts’, Sarah Neumann, Ines Weber, David Weiss (red.), Ad laudem et gloriam: Festschrift für Rudolf Holbach (Trier 2016) p. 151-172.
  • Job Weststrate, ‘“sy is in’t verbont der Hansesteden”. De plaats van de Hanze in de historiografie van Nijmegen’, Hanno Brand, Jeroen Benders, Renée Nip (red.), Stedelijk verleden in veelvoud. Opstellen over laatmiddeleeuwse stadsgeschiedenis in de Nederlanden voor Dick de Boer (Hilversum 2011) p. 75-88.

Over reorganisatie van de Hanze in de zestiende eeuw en zeventiende eeuw:

  • Iwan A Iwanov, Die Hanse im Zeichen der Krise. Handlungsspielräume der politischen Kommunikation im Wandel (1550-1620) (Keulen/Weimar/Wenen 2016). 
  • Maria Seier, ‘Die Hanse auf dem Weg zum Städtebund: Hanische Reorganisationsbestrebungen an der Wende vom 15. zum 16. Jahrhundert’, Hansische Geschichtsblätter 130 (2012) p. 93-125.

Een overzicht van afgevaardigden uit Roermond en Venlo op algemene Hanzedagen tot 1560 verschijnt binnenkort in een bijdrage van mijn hand in de Maasgouw.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *